Richtlijn cognitieve gedragstherapie bij mensen met een licht verstandelijke beperking

Michel van den Bogaard, Herlaarhof (voorzitter)
Kinderen, adolescenten en (jong)volwassenen met een licht verstandelijke beperking lopen een grotere kans op achterstand en scheefgroei in hun ontwikkeling dan normaalbegaafde leeftijdgenoten, hetgeen in ernstige problemen in het eerste (thuis), tweede (school, stage en werk) en derde leefmilieu (vrienden/vrije tijd) tot uiting kan komen.Zij lopen meer kans op alle leefmilieus vast te lopen en ernstige gedragsproblemen en psychiatrische aandoeningen te ontwikkelen.Zij vallen in de zorg vaker tussen wal en schip, omdat de meeste zorg niet bedoeld is voor en toegerust is op het geven van een passend antwoord op de combinatie aan complexe vragen op het gebied van de orthopedagogiek, de psychiatrie en het speciaal onderwijs.Wat het extra gecompliceerd maakt, is dat er tot nu toe geen bewezen effectieve behandelingen voor hen zijn.Toch zijn er steeds meer aanwijzingen dat zij van cognitieve gedragstherapie kunnen profiteren, mits er met hun LVB-profiel rekening gehouden wordt.Wat houden de aanpassingen in? Hoe kunnen deze in de klinische praktijk vorm en inhoud krijgen? Wanneer kunnen die toegepast worden?

Achtergrond

Een van de problemen bij het beantwoorden van deze vragen, is dat er betrekkelijk weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is. Het geldt in het bijzonder voor kinderen en jeugdigen.

Het tweede probleem is dat er in de klinische praktijk allerlei aanpassingen aan CGT gedaan zijn om die LVB-proof proberen te maken, maar dat deze practise based kennis en ervaringen relatief weinig ontsloten en toegankelijk zijn.

Het derde is dat er de afgelopen jaren relatief veel nieuw werk verschenen is zonder een antwoord op de eerste twee problemen te geven,wat het maken van beredeneerde keuzes er niet eenvoudiger op gemaakt heeft.

Doelstelling

Om verantwoorde zorg volgens de professionele standaard te stimuleren, stelt de werkgroep zich ten doel om de bestaande kennis en ervaringen op dit gebied in kaart te brengen.

Hetzelfde geldt om van daaruit met handreikingen voor de klinische praktijk te komen.

Het geldt eveneens om van daaruit een koppeling met praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek te maken.

Enerzijds beogen de werkgroepleden zo een bijdrage te leveren aan nadere profilering, validering en verantwoording van de zorg. Anderzijds hebben zij het leveren van bouwstenen aan praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en het kunnen zetten van een volgende stap op de wetenschappelijke ladder voor ogen.

Eindresultaat

Om deze doelstelling te realiseren, start de werkgroep met twee deelprojecten:

LVB-profiel:
• kenmerken in beeld brengen;
• compenserende en corrigerende interventies per kenmerk in kaart brengen;
• weergegeven in een kort en bondig overzicht.

Beslisboom:
• indicaties en contra-indicaties;
• kaders en (rand)voorwaarden (wanneer heeft CGT zin, incl. fase traject, motivatie en regievoering);
• koppeling tussen interventies en mentale leeftijden (ondergrenzen);
• van daaruit een stroomdiagram opstellen.

De werkgroep wil zich in de toekomst aanvullend op andere deelprojecten richten.

Effectieve interventies van de databank van het NJI op een rij (bewijskracht):
• stoornisspecifiek;
• 1ste, 2de en 3de generatie;
• specifiek voor LVB;
• niet-specifiek voor LVB;
• weergegeven in een kort en bondig overzicht.

Interventies die niet in deze databank staan maar wel evidence based practises en/of practised based evidence zijn op een rij (bewijskracht):
• stoornisspecifiek;
• stoornisoverstijgend;
• 1ste, 2de en 3de generatie;
• specifiek voor LVB;
• niet-specifiek voor LVB;
• weergegeven in een kort en bondig overzicht.

Werkzame elementen op een rij, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek (bewijskracht):
• stoornisspecifiek;
• stoornisoverstijgend;
• 1ste, 2de en 3de generatie;
• specifiek voor LVB;
• niet-specifiek voor LVB;
• weergegeven in een kort en bondig overzicht.

Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek:
• een of meer voorstellen schrijven – aansluitend bij de deelprojecten van deze en andere werkgroepen – in het kader van verwetenschappelijking van de klinische praktijk.